‘Een vaccin, nog dit jaar. Dat zou helpen.’ Interview met Ton Hokken

 

Je kunt het overal lezen en zien: het gaat op het moment niet goed in de taxibranche. De coronamaatregelen treffen vooral de kleine chauffeurs hard. Maar ook voor insiders blijkt het lastig om een idee te krijgen van hoe groot de problemen precies zijn.

 

We spraken erover met Ton Hokken, beleidsadviseur bij Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV).

We weten dat de situatie niet goed is, maar waar zitten op dit moment de grootste problemen?

‘Vooral de situatie in de opstapmarkt is dramatisch. Ze hebben daar gewoon 70% minder ritten dan normaal. Zakelijke ritten, horecaritten, toerisme, het is allemaal grotendeels weggevallen. En het is maar de vraag wat ervan terugkomt. Toerisme zal bijvoorbeeld wel terugkomen, maar de zakenreizigers die soms voor een paar vergaderingen invliegen, zijn er inmiddels achter dat heel veel ook digitaal kan. Dat zijn dus ritten die ook wegblijven in de toekomst. De chauffeurs die afhankelijk zijn van deze ritten, zijn vooral de zzp-rijders. Die worden dus het hardst getroffen.’ 

Wat betekent de hoogte van de verzekeringspremies op dit moment voor die chauffeurs?

‘De verzekeringskosten zijn heel erg hoog. Dat speelt zeker een rol. Maar een flink aantal chauffeurs heeft de taxi geschorst en betaalt nu dus ook geen premie. Hoeveel dat er zijn, weten we niet precies want chauffeurs schrijven zich niet uit. Misschien zien we die over een jaar of twee terug, misschien ook niet. Dat kan niemand voorspellen. Als ze terugkomen, komen die kosten natuurlijk ook weer terug.‘

Dus veel zzp-chauffeurs rijden op het moment helemaal niet meer? Hoe komen ze dan rond nu?

‘Klopt. Veel zijn op zoek gegaan naar iets anders. Er zijn er natuurlijk ook die doorrijden. Het is een groep die vaak laagopgeleid is en niet zo gek veel opties heeft voor het zoeken van ander werk. Ze proberen het wel, maar ja… Er zitten op het moment gewoon niet zo veel bedrijven op personeel te wachten. Loondienstbedrijven draaien nog wel verder, op contract- en zorgvervoer. Maar ook dat is 30% minder geworden. Daar verdwijnen eerder banen dan dat ze mensen nodig hebben. Veel van die bedrijven hebben ook al afscheid genomen van hun flexibele schil en zitten dus zeker niet op extra zzp’ers te wachten. Ik denk dat heel veel zzp-chauffeurs teren op het inkomen van hun partner, of inmiddels bijstand hebben aangevraagd. Zeker weet ik dat niet, want zodra ze niet meer rijden, spreken wij ze ook niet meer. We hebben daar dus geen harde cijfers over.’

 

 

Is het overal zo slecht, of zijn er sectoren waar het beter gaat?

‘Het zorg- en contractverkeer rijdt nog gewoon. Wij hebben er gelukkig mede voor kunnen zorgen dat dat ook doorbetaald werd en dat bedrijven ook de eenmalige uitkering van 4000 euro kregen uit de TOGS (regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 – Red.). Dat heeft veel bedrijven geholpen te overleven. Maar goed, begin 2021 gaan we waarschijnlijk pas echt zien hoe het met veel bedrijven afloopt.’

Wat moet je als chauffeur op dit moment doen om deze crisis door te komen?

‘Als chauffeur kun je op het moment niet veel meer doen dan hopen dat de horeca weer opengaan, dat het theaterbezoek weer gaat lopen en dat Schiphol weer een beetje op gang komt. Daar komen de meeste ritten nu eenmaal vandaan. Ik zou ze willen adviseren om de moed erin te houden, maar ik snap ook dat dat moeilijk is als je 20 euro per dag verdient. Maak gebruik van alle regelingen. Als je een leaseauto rijdt kom je, met de verzekering erbij, wel aan het minimum van 1000 euro vaste lasten wat je moet hebben voor de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten – Red.). Probeer af en toe een ritje te krijgen, overleef zo goed als kan en hoop dat er snel weer horecaverkeer komt. En we hopen natuurlijk op een vaccin, nog dit jaar. Dat zou echt helpen.’

Wat is tot nu toe de rol van KNV geweest in deze crisis?

‘Wij hebben ons vooral beziggehouden met het zorgen dat de regelingen goed zouden passen bij onze leden. In het contractvervoer zijn de ritten voor 80% doorbetaald. Verder hebben we aan sectorprotocollen gewerkt, met alle betrokkenen. We hebben heel veel overlegd over mondkapjes, plexiglas schermen en dat soort dingen. Dat was vaak lastig en heel veel werk, maar we hebben daar successen in geboekt en we kregen daar heel veel positieve reacties op van onze leden.’